Hoe ziet een Serval er uit?

De Serval is de voorvader van de Savannah Kat en is een middelgrote katachtige met zeer lange poten (relatief de langste poten van alle katachtigen), een kort staartje, lange nek en een kleine kop met grote, afgeronde oren en een korte snuit. De vacht is geelbruin van kleur, met een onregelmatige tekening van zwarte strepen en vlekken. De onderzijde is vuilwit van kleur. De korte staart is afwisselend zwart en geelbruin geringd. De achterzijde van de oren zijn zwart, met een duidelijke witte vlek in het midden. Hij heeft een kop-romplengte van 67 tot 100 centimeter. De staart is 24 tot 35 centimeter. Mannetjes zijn groter dan vrouwtjes. Mannetjes wegen 10 tot 18 kilogram (gemiddeld 13 kilogram), vrouwtjes wegen 6 tot 12,5 kilogram (gemiddeld 11 kilogram).

De Serval in huiselijke sferen

Het is al bekend dat de Savannah kat een Serval als voorouder heeft. Komen deze Servals echter uit de natuurgebieden van Afrika waar ze oorspronkelijk leven? Nee, zeker niet!

Jaren terug is de Savannah kat ontstaan doordat er een Europese korthaar zwanger raakte van een Serval, die daar in het gezin opgroeide.

In het begin bij het fokken van deze super leuke katten werd er gebruik gemaakt van Servals uit dierentuinen. De Servals die daar werden geboren werden groot gebracht door en bij de mens. Later kwamen er goeie, erkende fokkers die zich gericht bezig hielden met het opvoeden van Servals, die liefdevol opgroeiden in huishoudelijk kring en vaak ook met andere dieren.

Het karakter van een Serval die in huiselijke kring opgroeit is uiteraard niet hetzelfde als dat van een Serval, die in het wild opgroeit. Servals die bij mensen zijn opgegroeid zijn rustiger en kunnen samen met de mens. Naast het rustiger karakter zijn ze ook kleiner dan hun voorouders in Afrika.

Hardnekkig misverstand

De Servals die hier leven, komen echt niet uit het wild, daar ziet ook de CITES-wetgeving gelukkig wel op toe! Een ander hardnekkig misverstand: Servals zijn geen Cheetahs. Cheetah is namelijk een heel andere katsoort en totaal niet vergelijkbaar. Het karakter van een Serval met een Cheetah vergelijken is echt appels met peren vergelijken.

De Servals, die in huiselijke kring zijn opgegroeid, zijn ingezet om het Savannah-ras te creëren. Dit heeft geresulteerd in een volledig gedomesticeerde, prachtige (ras)kat met de uitstraling en uiterlijk van zijn voorvader en karakter met spots als een huis en tuin kat.  Met trots kunnen we melden dat dit in veel gevallen zeker gelukt is.

Serval niet geschikt voor iedereen

Een Serval is natuurlijk niet voor iedereen geschikt!

  1. Woont men in kleine woonruimtes zoals flat, studio, appartement of tussen woning zonder tuin, dan is de Serval absoluut niet geschikt. Ze groeien snel en hebben veel ruimte nodig, tevens gaan ze het huis gauw zien als hun speelveld en kattenbak en markeren ze hun territorium (dus ook in huis!) met urine. Een buiten verblijf en of afgesloten tuin is echt noodzakelijk. Aangezien een Serval beslist niet dom is, moet alles zeer goed afsluitbaar en omheind zijn, zodat ze niet kunnen ontsnappen.
  2. Een Serval is ook niet geschikt bij zeer druk en sociaal leven van zijn baasje, denk hierbij aan hele dagen van huis zijn i.v.m werk en daarnaast veel hobby’s buiten de deur. Maar ook weekendjes weg, avondjes stappen en vakanties.
  3. Daarnaast moet de eigenaar rekening mee houden om veel tijd en energie te besteden aan de opvoeding. Naast het veel spelen is het ook belangrijk om  ervaring te  hebben met dieren, geen angst kennen, doorzetvermogen hebben en op zich niks van hem verwachten. Is dit niet mogelijk, dan is de Serval absoluut ongeschikt.
  4. Zie hoofdstuk voeding.

Er zijn uitzonderingen dat een Serval van wandelen houdt of relax is en bij je op schoot gaat liggen, maar ook mee gaan in de auto kunnen ze in enkele gevallen leuk gaan vinden.  Een Serval is het meest op zichzelf en voelt zich het prettigst in zijn eigen omgeving.

Opvoeden van een Serval doe je elke dag, week in week uit, jaar in jaar uit. Bij aanschaf van deze mooie kat moet je je goed laten informeren door een erkende fokker, die jarenlange ervaring met deze dieren heeft.

Voeding

Een Serval hoort afwisselende voeding te krijgen met voedingssupplementen zoals mineralen, vitaminen en kalk. Aan te raden is carnizoo over het eten te strooien, dit is een voedingssupplement verkrijgbaar bij Kiezebrink. Er moet altijd schoon drinkwater beschikbaar zijn.
Verder eten zij eendagskuikens, muizen, kwartels, duif, kip, haas en vis zoals forel of een makreel. Al het eten wat zij krijgen is rauw maar levend voer geven is niet nodig. Af en toe commercieel voer zoals brokken erbij geven is prima maar niet alle Servals willen dat eten. Bij het geven van ééntonige voeding is de kans zeer groot dat de Serval glasbotten krijgt.

Er zitten natuurlijk ook kosten aan het aanschaffen en houden van een Serval. Deze kosten zijn niet gering, verdiep je vooraf ook hierin, dan kom je niet voor verrassingen te staan.

De Serval op de Savanne

Verspreiding en leefgebied

De Serval leeft voornamelijk in savannes en open graslanden, maar ook in open bossen, langs de bosrand, in bergheidegebieden en in rietvelden rond moerassen. Hij leeft voornamelijk in gebieden met hoger gras. Hij komt voor in het grootste deel van Afrika ten zuiden van de Sahara (met uitzondering van de dichte regenwouden en zeer droge woestijnen) en in Noordwest-Afrika. De Serval is verdwenen in dichtbevolkte gebieden als het grootste deel van Zuid-Afrika.

Prooi

Zijn dieet bestaat uit kleine zoogdieren (tot de grootte van een haas), hagedissen, slangen, vogels en insecten. Soms worden ook vruchten, vissen en kikkers gegeten en ook jonge antilopen worden soms bejaagd. De belangrijkste prooi zijn muizen, die hij door zijn uitstekende gehoor tussen het hoge gras of onder de grond weet te vinden. Dankzij zijn lange poten kan hij over het hoge gras kijken.

Zijn dagritme past hij aan de prooi aan: als er veel dagactieve muizen voorkomen, dan jaagt de Serval voornamelijk overdag, zijn vooral nachtactieve muizen algemeen, dan jaagt hij voornamelijk ‘s nachts. Heeft hij eenmaal een prooi gevonden, bespringt hij het dier met een snelle sprong. Ondergrondse prooidieren worden uitgegraven of uit hun hol getrokken met de lange voorpoten. Ook kan hij vogels met een sprong uit de lucht grijpen. De gevangen prooi wordt kaalgeplukt. Delen van grotere prooidieren worden ondergronds opgeslagen. Ook pluimvee wordt gegeten. Hierbij kan hij veel schade aanrichten bij pluimveehouders.

Leefwijze

De Serval is een solitaire soort. Hij leeft in een klein territorium dat wordt verdedigd tegen andere Servals. Het omliggende gebied (tot 30 km2) wordt echter gedeeld met andere Servals. Het territorium wordt afgebakend met urine. Bij ontmoetingen tussen Servals knikken de dieren hun kop op en neer. Vaak maken de Servals zich hierbij zeer groot door op de tenen te gaan staan, met gekromde rug. Bij agressie maakt het dier grommende en blaffende geluiden en haalt hij uit met zijn klauwen. Als schuilplaats dient een ondergronds hol, een ruimte tussen rotsen of dichte vegetatie.

All images and text are © R.V.S.K. (vastgelegd bij notaris!)